Laat niet met je trollen!

Je hebt het vast wel eens langs zien komen: nieuws over trollen of trollenlegers die nepnieuws verspreiden. Het gaat hier niet over de boosaardige sprookjesfiguren met groen haar en gele tanden, maar over mensen die onder nepaccounts verwarring zaaien op internet. 

Ze werken mee aan het verspreiden van desinformatie en kunnen ook jou daarin meeslepen. Hoe gaan trollen eigenlijk te werk? En hoe kun je ze herkennen? Daarover sprak Isdatechtzo?-redacteur Fifi Schwarz met Mariëtte van Huijstee van het Rathenau Instituut, die het onderzoek Online ontspoord coördineerde, over online grensoverschrijdend gedrag.

Van trolgedrag tot trollenfabrieken

Mariëtte noemt twee vormen van trollen: “Ten eerste gaat het om een vorm van online pesten. Een trol valt bijvoorbeeld een specifieke persoon of groep personen lastig.” Bij de tweede vorm van trollen gaat het om “gecoördineerde acties door (grote) groepen nepaccounts”. Dat zijn trollenlegers.

Trollenlegers verspreiden vaak massaal en tegelijkertijd dezelfde berichten op sociale media om een specifieke boodschap heel groot te maken. Dit zagen we bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie, waarbij een Nederlands trollenleger nepnieuws over het coronavaccin verspreidde. Of denk aan het voorbeeld van zanger Dotan, die door een trollenleger plots een stuk populairder leek. Trollenlegers worden vaak ingezet vanuit een politiek doel, zij worden soms zelfs betaald om in zogenaamde ‘trollenfabrieken’ te werken. 

Hoe herken je zo’n trol?

Trollen maken vaak een anoniem account (of meerdere accounts) aan waarachter zij zich verschuilen. Ze gebruiken (meestal) niet hun eigen naam, maar vaak een combinatie van (willekeurige) cijfers en letters.

Individuele trollen kunnen stalkgedrag vertonen: ze blijven een persoon of groep mensen online lastigvallen door voortdurend de discussie aan te gaan. Trollenlegers daarentegen reageren niet zozeer op anderen, maar plaatsen vooral zelf berichten. 
Als zo’n leger aan het werk is, verspreiden ze via een grote groep accounts tegelijkertijd een boodschap. Je ziet dat de teksten in hun berichten vaak bijna hetzelfde zijn en dat die berichten allemaal tegelijk worden gestuurd (dat wordt een berichtenbom genoemd). Doordat het zo massaal wordt gedeeld via deze accounts – en de trollen elkaars berichten ook nog eens delen – lijkt een bericht ineens heel populair. Hoe je trollenlegers herkent, lees je ook in dit interview met trollenjager Robert van der Noordaa

Hoe slepen trollen jou mee in desinformatie?

Ook jij kunt te maken krijgen met  trollen die desinformatie verspreiden. Trollen, en vooral trollenlegers, zijn erop uit om mensen te manipuleren. Ze willen bijvoorbeeld verwarring zaaien over wat waar is of niet, door standpunten van wetenschappers en journalisten in twijfel te trekken. Of door zelf op grote schaal valse informatie te verspreiden. 

Vaak is de toon van de berichten onruststokend of heel heftig. Trollen spelen in op emoties en daardoor zijn mensen sneller geneigd om iets de geloven en te delen. Hoe het komt dat veel mensen zo makkelijk nepnieuws geloven, legt Margriet van Sitskoorn in dit filmpje uit.

Trollenlegers proberen dus zo snel mogelijk een heel groot bereik te krijgen met hun berichten. Het kan dan gebeuren dat jij – onbewust en onbedoeld – meewerkt aan trolacties. Als jij ziet dat een bericht op Twitter of Instagram meer dan 100.000 keer is geliket of gedeeld, dan is de kans groot dat je denkt dat dat bericht of het account heel erg populair is. Daardoor ben je misschien sneller geneigd om het te geloven, en dat bericht ook weer te liken of te delen. 

Maar als je reageert op een bericht, of een bericht deelt, dan werk je ook mee aan de verspreiding daarvan. Sociale media werken namelijk zo dat als er veel interactie is bij een bericht, dat het bij meer mensen op de tijdlijn verschijnt. Een reactie van jou – ook als je daarin zegt dat je het oneens bent – kan er dus voor zorgen dat het oorspronkelijke bericht vaker wordt getoond aan mensen die jou volgen. 

Hoe groot is het probleem?

Het is volgens Mariëtte lastig om te zeggen hoeveel trolaccounts er precies zijn, hoeveel mensen daarachter zitten en hoeveel mensen in die trolacties trappen. Wel is duidelijk dat de maatschappelijke gevolgen groot kunnen zijn. Als trollen zich richten op een persoon, zoals een politicus of journalist, kan dit ervoor zorgen dat zij bang worden om zich uit te spreken. Soms zijn ze zelfs bang dat ze thuis opgezocht worden. Dat is slecht voor het maatschappelijke debat, waarin we graag verschillende meningen en betrouwbare informatie horen.

Daarnaast waarschuwen wetenschappers en medici dat desinformatie – waar trolacties dus aan bijdragen – een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid. Wanneer mensen besluiten zich niet te laten vaccineren, omdat zij desinformatie geloven, kunnen ze ziek worden en ook anderen besmetten. Gevolg daarvan kan zijn dat ziekenhuizen eerder vol komen te liggen met ongevaccineerde patiënten. 

Wat kunnen we tegen trollen doen?

Als je vermoedt dat een trol een haatbericht of desinformatie deelt, dan kan het zijn dat je wilt ingrijpen. Misschien wil je dat account erop wijzen dat diens gedrag niet oké is, of wil je het slachtoffer een hart onder de riem steken. Het risico daarvan is wel dat jij vervolgens slachtoffer kan worden van dat trolgedrag, waarschuwt Mariëtte. Bedenk dat trollen elkaar vaak te hulp schieten.

Wat kun je dan wel doen? Volgens Mariëtte is het beter om het trolgedrag online te negeren en berichten zeker niet verder te verspreiden: “Versterk het niet, want dan wordt het groter. Ga nooit met anonieme accounts in discussie. Maar als je iemand kent die reageert op een trol, of een bericht doorstuurt, kun je die persoon daar wel op aanspreken. Maak duidelijk dat reageren of delen juist bijdraagt aan desinformatie.” 

Daarnaast is Mariëtte hoopvol over de nieuwe wet – de Digital Services Act – die in april 2022 in Europa is aangenomen. Deze nieuwe wetgeving verplicht platformen zoals Twitter en Facebook, om meer openheid te geven over hoe hun platformen werken en wat ze doen om maatschappelijke schade te beperken. Het is nog niet zeker of hiermee een einde wordt gemaakt aan trollen op sociale media, maar het is een belangrijke stap in het beschermen van burgers online. 

De animatie Zo verspreiden trollen nepnieuws laat zien hoe trollen of zelfs trollenlegers jouw mening beïnvloeden en de animatie geeft je drie tips om trollen te herkennen.

In het artikel Hoe spot je trollenlegers? lees je hoe een trollenjager te werk gaat in het opsporen van trollenlegers.

Kopieer koppeling